Met haar Supplementary Pension Package heeft de Europese Commissie een reeks maatregelen voorgesteld die erop gericht zijn burgers beter te ondersteunen bij het opbouwen van een toereikend pensioeninkomen, door de toegang tot en de kwaliteit van aanvullende pensioenregelingen te versterken. Deze maatregelen zijn bedoeld als aanvulling op – en niet als vervanging van – de eerstepijlerpensioenen, die de basis vormen van de pensioenstelsels in alle lidstaten.
Het pakket maakt deel uit van de strategie van de Commissie voor de SIU, die erop gericht is huishoudens meer mogelijkheden te bieden om vermogen op te bouwen via de kapitaalmarkten, terwijl tegelijkertijd de economische groei en het concurrentievermogen van de EU worden gestimuleerd.
Volgens de Europese Commissie maken demografische ontwikkelingen en veranderingen op de arbeidsmarkt een aanpassing van de pensioenstelsels noodzakelijk. In dat kader kunnen aanvullende pensioenen – zowel via de werkgever als op individuele basis – bijdragen aan een meer gespreid pensioeninkomen, wat de financiële zekerheid en stabiliteit na pensionering ten goede komt. Ze kunnen de voordelen van eerstepijlerpensioenen aanvullen, die in veel gevallen niet voldoende zijn om een adequate levensstandaard te handhaven, met name voor kwetsbare groepen en vrouwen. Het pensioenverschil tussen mannen en vrouwen bedraagt momenteel 24,5%.
Sterkere en efficiëntere aanvullende pensioenregelingen kunnen ook bijdragen aan de economische groei en het concurrentievermogen van Europa door langetermijnspaargelden te mobiliseren voor productieve investeringen.
Het doel van de voorgestelde maatregelen is om zowel de vraag naar als het aanbod van aanvullende pensioenen te versterken. Nog volgens de Commissie respecteren de initiatieven volledig de bevoegdheden van de lidstaten om hun nationale pensioenstelsels te organiseren en vorm te geven, evenals de autonomie van de sociale partners waar zij verantwoordelijk zijn voor het opzetten en beheren van pensioenregelingen.
Dit pakket bouwt voort op en vult de andere initiatieven van de Commissie op het gebied van de sociale zekerheid aan die tot nu toe zijn aangekondigd, waaronder initiatieven op het gebied van financiële geletterdheid en de Aanbeveling inzake spaar- en beleggingsrekeningen. Deze initiatieven zijn er gezamenlijk op gericht het financiële welzijn van EU-burgers te verbeteren, met name door de mogelijkheden te verbreden om een beter rendement op hun spaargeld te behalen.
De voorgestelde maatregelen omvatten verschillende luiken.
1. Auto-enrolment
De Commissie beveelt lidstaten aan om auto-enrolment, oftewel de “per default aansluiting” van werknemers in aanvullende pensioenregelingen, in te voeren, rekening houdend met de nationale omstandigheden en met volledige eerbiediging van de rol en autonomie van de sociale partners en de prerogatieven van collectieve onderhandelingen. Dit dient te worden gedaan door bestaande goede praktijken in de EU en lessen uit andere landen goed voor ogen te houden. Dit is een manier om de deelname aan aanvullende pensioenregelingen te vergroten en de schaal van de markt voor aanvullende pensioenen te verbeteren.
2. Pension tracking systemen
Een tweede aanbeveling betreft de uitbouw van pension tracking systemen die burgers een helder en geïntegreerd overzicht bieden van hun opgebouwde pensioenrechten en verwachte uitkeringen, over alle huidige en vroegere pensioenregelingen heen. Dergelijke systemen dragen bij aan een beter inzicht in de eigen pensioensituatie en kunnen zo de lage deelname aan aanvullende pensioenen helpen terugdringen, die vaak samenhangt met een beperkt pensioenbewustzijn. België behoort op dit vlak tot de koplopers met de ontwikkeling van MyPension.be.
3. Pension Dashboards
De Commissie pleit daarnaast voor de verdere ontwikkeling van nationale pensioendashboards die beleidsmakers een beter inzicht geven in de dekking, duurzaamheid en toereikendheid van de verschillende pensioenstelsels. Deze nationale instrumenten zouden op termijn ook bijdragen aan de opbouw van een overkoepelend pensioendashboard op Europees niveau.
4. IORP II Review
De IORP II-richtlijn stelde gemeenschappelijke EU-normen vast om een gezond beheer en toezicht op IORP's (Institutions for Occupation Retirement Provisions) te waarborgen, met respect voor de rol van de sociale partners. Volgens de Europese Commissie zijn veel pensioenfondsen echter te klein om hun beleggingen te diversifiëren en optimale resultaten voor hun aangeslotenen te behalen, iets wat PensioPlus betwist.
Om het potentieel van aanvullende pensioenen te ontsluiten, stelt de Commissie voor het kader te versterken en te moderniseren om de efficiëntie, schaalvergroting en het vertrouwen in aanvullende pensioenen beter te ondersteunen.
Nog volgens de Commissie verbeteren de voorgestelde wijzigingen de bescherming van aangeslotenen en verwijderen zij belemmeringen voor marktgedreven consolidatie en andere vormen van schaalvoordelen. Overeenkomstig deze zienswijze zouden de maatregelen pensioenfondsen moeten helpen om efficiënter te werken, kosten te verlagen, hun beleggingsportefeuilles te diversifiëren (onder meer in aandelen), en om een hoger rendement voor de aangeslotenen te behalen. Dit zou ook kunnen bijdragen aan het creëren van meer financieringsmogelijkheden voor Europese bedrijven.
Standpunt van PensioPlus
PensioPlus ondersteunt de doelstelling van de Europese Commissie om aanvullende pensioenen te versterken en meer kapitaal richting de reële economie te mobiliseren. Tegelijk hebben wij een aantal fundamentele bezorgdheden over de voorstellen van de Commissie, die volgens ons onvoldoende rekening houden met de specifieke aard en diversiteit van pensioenfondsen in Europa.
Een centrale kritiek betreft het gebrek aan proportionaliteit. De voorgestelde maatregelen vertrekken te veel vanuit een uniforme benadering, terwijl de Europese pensioenfondsen sterk verschillen in omvang, structuur en inbedding in nationale systemen. Vooral voor kleinere en middelgrote IORP’s dreigen de bijkomende vereisten te leiden tot disproportionele administratieve lasten en kosten, zonder aantoonbare meerwaarde voor de aangeslotenen.
Daarnaast wijkt het voorstel af van het principe van minimumharmonisatie dat aan de basis ligt van de huidige richtlijn. Nieuwe verplichtingen lijken geïnspireerd op specifieke nationale modellen, maar sluiten onvoldoende aan bij andere contexten, zoals de Belgische waar sociale partners een centrale rol spelen en de sponsor eindverantwoordelijk blijft voor tekorten. Dit ondermijnt de noodzakelijke flexibiliteit om rekening te houden met nationale sociale en arbeidsrechtelijke kaders.
PensioPlus stelt bovendien vast dat de herziening niet leidt tot een vermindering van de regeldruk, maar integendeel riskeert om bijkomende rapporterings- en governanceverplichtingen te introduceren. Hogere kosten voor pensioenfondsen vertalen zich uiteindelijk in lagere pensioenuitkeringen voor de aangesloten, zonder duidelijk bewijs dat deze maatregelen de prudentiële kwaliteit of de uitkomsten voor aangeslotenen verbeteren.
Verder zijn wij bezorgd dat de voorstellen onvoldoende rekening houden met nationale sociale en arbeidswetgeving en daardoor tot conflicten kunnen leiden. Dit geldt onder meer voor de communicatie aan aangeslotenen en de inhoud van de pensioenoverzichten.
Tegenover deze kritische punten staan we daarentegen positief ten aanzien van de maatregelen die grensoverschrijdende activiteiten en overdrachten van pensioenrechten faciliteren.
Samengevat pleit PensioPlus voor een herziening die de diversiteit van het Europese pensioenlandschap respecteert, het principe van minimumharmonisatie behoudt en expliciet inzet op proportionaliteit en lastenverlaging. Alleen zo kunnen pensioenfondsen hun rol blijven vervullen: het aanbieden van kwalitatieve en kostenefficiënte aanvullende pensioenen. Meer Europa in pensioenen kan alleen werken als het vertrekt van diversiteit, niet van uniformiteit.
PensioPlus zal deze ontwikkelingen verder nauwgezet blijven opvolgen en voormeld standpunt actief blijven uitdragen in haar dialoog met de Europese instellingen.
5. PEPP Review
De Pan-European Personal Pension Product is een vrijwillig persoonlijk pensioenproduct dat op Europees niveau werd gecreëerd om burgers toe te laten een aanvullend pensioen op te bouwen in een geharmoniseerd en grensoverschrijdend kader. De PEPP is opgevat als een derdepijlerproduct met bijzondere aandacht voor mobiliteit binnen de Europese Unie, transparantie en consumentenbescherming.
Uit evaluaties door de Europese Commissie, EIOPA en de Europese Rekenkamer blijkt dat de PEPP tot op heden nauwelijks marktdynamiek heeft gegenereerd. De opnamegraad bleef zeer beperkt en slechts een klein aantal aanbieders bracht effectief een PEPP op de markt. Als verklaringen worden o.m. het complex productontwerp, het ontbreken van schaalvoordelen, een onduidelijke positionering ten opzichte van bestaande nationale pensioenproducten en een vaak minder gunstige of onzekere fiscale behandeling genoemd. Hierdoor groeide de PEPP niet uit tot een relevant instrument voor aanvullende pensioenopbouw of voor het mobiliseren van langetermijnsparen op Europese schaal.
In het kader van de Savings and Investments Union stelde de Europese Commissie daarom een grondige herziening van het PEPP-kader voor met als doel deze eenvoudiger en aantrekkelijker te maken. Centraal staat een vereenvoudigde “Basic PEPP”, met een focus op transparantie, kostenefficiëntie en begrijpelijkheid. Tegelijk komt er meer flexibiliteit in het productontwerp en de investeringsstrategie, met een verschuiving van een strikt kostenplafond naar een “value-for-money”-benadering. De Commissie beoogt tevens een betere inbedding in nationale contexten, onder meer via een vergelijkbare fiscale behandeling ten opzichte van nationale persoonlijke pensioenproducten. Daarnaast ziet ze de PEPP als een mogelijk aanvullend instrument binnen initiatieven zoals auto-enrolment, voor zover dit verenigbaar is met het nationale sociale en arbeidsrecht.
Standpunt van PensioPlus
PensioPlus volgt de hervorming van de PEPP nauwgezet. Tegelijk benadrukt PensioPlus dat duurzame pensioenopbouw in Europa in de eerste plaats dient te steunen op collectieve oplossingen, met sterke governance, solidariteit en risicodeling.
Vanuit die optiek blijft PensioPlus overtuigd van de meerwaarde van het Rijnlandmodel, waarin aanvullende pensioenen hoofdzakelijk collectief worden georganiseerd via sectorale en ondernemingsgebonden regelingen, met betrokkenheid van sociale partners. Persoonlijke pensioenproducten zoals de PEPP kunnen een aanvullende rol spelen, maar mogen het beleidsmatige zwaartepunt niet verschuiven weg van collectieve pensioenstelsels die schaalvoordelen, kostenefficiëntie en maatschappelijke verankering combineren.