1. Woord Van de Voorzitter

Pensioenfondsen: positieve rendementen in 2025 in een uitdagende context

Financiële markten  

Ondanks de geopolitieke spanningen en de onzekerheid op de financiële markten realiseerde de sector opnieuw positieve rendementen in 2025. Met een mediaanrendement van 4,6% en een gemiddeld rendement van 3,6% bevestigen de Belgische Pensioenfondsen opnieuw hun vermogen om over economische cycli heen robuuste resultaten neer te zetten.

Deze prestaties passen in een duidelijk en consistent langetermijnpatroon. Historische gegevens tonen aan dat pensioenfondsen, ondanks schommelingen op korte termijn, over meerdere decennia inflatiebestendige en stabiele rendementen realiseren. Zo bedraagt het gemiddeld nominaal rendement beschouwd over de afgelopen 41 jaar 6,2%. Na aftrek van inflatie geeft dit een reëel rendement van 4%. Daarmee onderstrepen de Belgische pensioenfondsen opnieuw hun verantwoordelijkheid als stabiele langetermijnbeleggers die voor hun aangeslotenen een substantieel en duurzaam reëel rendement realiseren.

De pensioenfondsen blijven in hun beleggingsbeleid sterk gediversifieerd, waarbij zowel over de verschillende activaklassen (obligaties, aandelen, vastgoed, infrastructuur, diversen) als geografisch wordt gediversifieerd.  In 2025 was het rendement op het obligatiegedeelte voornamelijk gedreven door een daling van de rente en door een daling van de credit spread op bedrijfsobligaties. Het aandelenluik presteerde sterk op de Europese markten. De stijging op de Amerikaans aandelenmarkten werd deels tenietgedaan door de sterkere euro tegenover de Amerikaanse dollar.

In het algemeen wordt binnen de Europese Unie gekeken naar institutionele beleggers om mee te investeren in de toekomstige groei van de Europese economie via de Savings and Investment Union. De Belgische pensioenfondsen nemen daarin zeker hun rol op door hoofdzakelijk te beleggen in de reële economie.

Regelgeving

De pensioenfondsen hebben in 2025 hard verder gewerkt aan de implementatie van de DORA-regelgeving die vanaf 17 januari 2025 van toepassing is geworden. Vanuit PensioPlus is hierbij doorlopend ondersteuning geweest via een aparte site en via diverse informatiesessies en werkgroepen.

In het najaar van 2025 presenteerde de Europese Commissie nieuwe initiatieven rond auto-enrolment, het Pan-European Personal Pension Product (PEPP) en een mogelijke herziening van de IORP II-richtlijn. PensioPlus heeft hierover een position paper opgemaakt en zal het debat actief aangaan met Europese en nationale stakeholders. Een kernboodschap daarin is het belang van proportionaliteit en het respect voor de institutionele diversiteit van pensioenfondsen binnen Europa.

Jubileumjaar PensioPlus en eerste jaar regering De Wever

Ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van PensioPlus in 2025 hadden we de eer om de nieuwe minister van Pensioenen, de heer Jan Jambon, als gastspreker te mogen verwelkomen. Tijdens deze viering bevestigde de minister dat de nieuwe federale regering (de zogenaamde “Arizona-coalitie”) de aanvullende pensioenen wel degelijk beschouwt als een essentieel onderdeel van de oplossing voor de pensioenuitdagingen. Daarbij herhaalde hij dat tegen 2035 de minimumbijdrage voor aanvullende pensioenen naar 3% dient gebracht te worden.

Deze ambitie sluit naadloos aan bij de doelstellingen van verbreding en verdieping van de 2e pensioenpijler waarnaar PensioPlus streeft. Om het debat hierover levend te houden, organiseerden wij in het najaar een seminarie met de sociale partners en andere stakeholders.

Focuspunten in 2026

In 2026 zullen we verder werk maken van de concretisering van een aantal voorstellen om de ambitie van de minimumbijdrage van 3% vorm te geven. Daartoe hebben we een reflectienota opgesteld die een aantal denkrichtingen en bouwstenen aanreikt om deze doelstelling te realiseren. De nota is bedoeld als inspiratie om hierover met de verschillende stakeholders in debat te gaan. Daarbij zullen we in eerste instantie de sociale partners aanspreken, aangezien we de verdere stappen in eerste instantie via het sociaal overlegmodel verwachten.

Daarnaast wordt in 2026 met de invoering van de nieuwe pensioenoverzichten een verdere stap gezet in de omzetting van de Transparantiewet. Hierin zullen we onze leden maximaal trachten bij te staan. Als vereniging zijn we er ons ten volle van bewust dat de rapporteringsverplichtingen en de vereisten die aan het bestuur van een pensioenfonds worden gevraagd, in verhouding zwaar wegen op kleinere pensioenfondsen. We maken er een prioriteit van om hen hierin maximaal te ondersteunen en hun betrokkenheid bij de werking van de vereniging verder te versterken.

Wat de pensioeninitiatieven van de Europese Commissie en de Europese regelgeving in het algemeen betreft, zullen wij zowel rechtstreeks via onze eigen kanalen als via de koepelorganisaties, PensionsEurope en AEIP, blijven pleiten voor een proportionele toepassing van de wetgeving, met respect voor de eigenheden van de Belgische sector.

In een context van toenemende geopolitieke spanningen, onder meer in het Midden-Oosten en met name de recente ontwikkelingen rond Iran, blijven wij bovendien de mogelijke impact op de financiële markten en de bredere economische omgeving nauwgezet opvolgen. PensioPlus zal haar leden ondersteunen bij het inschatten van de hieruit voortvloeiende risico’s en bij het versterken van hun weerbaarheid, onder meer door aandacht te besteden aan risicobeheer, diversificatie en langetermijnstabiliteit.

Tot slot blijven we ons vanuit PensioPlus engageren om de sector te verdedigen en te promoten. Op die manier helpen we mee aan de betaalbaarheid van pensioenen op de lange termijn en zorgen we er mee voor dat aangeslotenen kunnen rekenen op een volwaardig inkomen en welvaartsniveau na hun actieve loopbaan.

Jan De Smet,
Voorzitter
Brussel, 20 maart 2026